Moederkoren en Sint-Antoniusvuur

Vergiftigingen als gevolg van de consumptie van roggebrood, dat gebakken was van door met moederkoren geïnfecteerd graan, was in Europa in de Middeleeuwen heel gewoon. Als je moest kiezen tussen de hongerdood of hier en daar wat vergiftigingsverschijnselen, dan won het knagende gevoel in je maag uiteindelijk de strijd. Je hoopte maar dat het graan niet al te veel besmet was.
[Dodendans]
In die tijd waren vaak geen goede mogelijkheden om graan te vrijwaren van besmettingen en er was al helemaal geen overheid die toezicht op de kwaliteit van rogge hield. Uiteindelijk werd, zoals altijd, de minste kwaliteit toegeschoven naar de mensen die het minst te besteden hadden.

De gifstoffen in het moederkoorn, waaronder de alkaloïde ergotamine, veroorzaken duizeligheid, vermoeidheid, depressie, formicatie (het gevoel dat er insecten onder je huid krioelen), spierverkrampingen, samentrekkingen van de bloedbaan, stuipen, delirium en het verlies van spraak. Ook veroorzaken de gifstoffen hallucinaties en uiteindelijk krankzinnigheid. Vingers en tenen konden door het samenknijpen van de bloedbaan geleidelijk afsterven met als gevolg gangreen.
[Gangreen]
Die spierverkrampingen en stuipen leiden ook tot ongecontroleerde bewegingen die op dansen lijken. Bij vergiftingen konden hele dorpen, maar dan voornamelijk kinderen en jongvolwassenen, massaal urenlang gaan 'dansen' totdat ze van pure vermoeidheid ter aarde stortten.

Het probleem raakte daardoor bekend als the fire that twisted people ('het vuur dat mensen vervormde'). De Franse Hospitaalbroeders van de orde van Sint-Antonius, opgericht in 1095, waren gespecialiseerd in het behandelen van patiënten die leden aan moederkorenvergiftiging ofwel ergotisme. Ze gebruikten smeerseltjes met rustgevende en bloedcirculatiebevorderende extracten van planten. Mede door de sensatie van vuur en branden in de aangetaste lichaamsdelen, kreeg dit ziektebeeld de naam Sint-Antoniusvuur.

Het ziektebeeld moet niet verward worden met de Sint-Jansziekte, dat eveneens wordt gezien als een ziekelijke drang om te dansen. Dát idiote probleem werd in verband gebracht met massahysterie als gevolg van religieuze waanzin en kwam vooral voor tussen de 14de en 17de eeuw in Europa. De symptomen lijken weliswaar ietwat op die van Sint-Anthoniusvuur, maar het probleem is psychisch van aard. De symptomen zijn spasmen, verkrampte spieren, schokken, neervallen, gasophoping in de darmen, aanvallen die leken op epilepsie en een onweerstaanbare drang om te dansen. Soms met de dood tot gevolg. Rare mensen die gelovigen.

Geen opmerkingen: